Crowdfunding in 1818

Met carte blanche van Koning Willem I en diens zoon Prins Frederik, die voorzitter en beschermheer van de Maatschappij van Weldadigheid wordt, sticht Johannes van den Bosch in 1818 de Proefkolonie Frederiksoord. Met veel steun uit zijn vooraanstaande netwerk in diverse steden in Nederland

worden plaatselijke commissies gevormd, die geld zenden naar de Maatschappij van Weldadigheid en zorgen voor ‘opzending’ van armen naar de koloniën. Tussen 1818 en 1840 telt de Maatschappij ca. 23.000 leden. Crowdfunding in 1818. Honderd jaar

Vooruit op landelijke ontwikkelingen

In vlot tempo verrijzen de eerste honderden koloniehuisjes en strijken behoeftige gezinnen neer in deze eerste landbouwkolonie. Daarna volgen er meer in de omgeving van Wilhelminaoord, Willemsoord, Boschoord en Wortel in België. Er worden scholen gesticht, er komen voorzieningen als een gaarkeuken en een spinnerij, eigenlijk alles wat nodig is om zelfvoorzienendheid te realiseren. Dit alles wordt in een periode van 1818 tot 1823 gerealiseerd.

Kerkbezoek is verplicht evenals het volgen van onderwijs en lidmaatschap van het ‘ziekenfonds’. Met het invoeren van de leerplicht en ziekenfondsverplichting lopen de koloniën een kleine honderd jaar vooruit op de landelijke ontwikkelingen. Wie zich niet wil conformeren aan de regels en de handhaving daarvan, wordt ‘opgezonden’ naar de onvrije koloniën in Veenhuizen (voor vondelingen en weeskinderen), Ommerschans (voor landlopers en bedelaars) en Merksplas.

De gedachte van de maakbare mens en een maakbare samenleving krijgt vorm in de verplaatsing van vele duizenden mensen uit de steden naar het platteland. Naar in onze ogen mooie en woeste streken van Drenthe; een binnenlandse kolonisatie. Waarschijnlijk gaat het in de periode 1818-1921 over ca. 80.000 mensen in Drenthe met naar schatting één miljoen nakomelingen nu.

“Het behouden en ontwikkelen van het cultuurhistorische erf- en gedachtegoed wordt steeds belangrijker.”

Cultuurhistorische erf- en gedachtegoed

In 1830 wordt België onafhankelijk en vallen Wortel en Merksplas niet meer onder de Maatschappij van Weldadigheid. In 1859 neemt de Staat der Nederlanden de koloniën Ommerschans en Veenhuizen over.

De Maatschappij van Weldadigheid legt zich vanaf 1859 weer toe op haar landbouwkoloniën. Tot 1910 worden nog mensen opgenomen in het kader van de armoedebestrijding, daarna gaat de Maatschappij zich toeleggen op beheer en exploitatie van haar bezittingen. In de periode 1920 tot 1980 worden veel bezittingen verkocht, waaronder geheel Willemsoord. In de tachtiger jaren van de vorige eeuw wordt het besef van cultuur historie erg belangrijk. Veel gebouwen komen op de Rijksmonumentenlijst en de Maatschappij besluit in principe geen gebouwen meer te verkopen. Het behouden en ontwikkelen van het cultuurhistorische erf- en gedachtegoed wordt steeds belangrijker.

“Een plek die dient als de proeftuin van Weldadigheid voor nieuwe perspectieven op het gebied van de sociale zekerheid van nu in combinatie met gezond leven.”

Nieuwe kansen en perspectieven

Thans heeft de Maatschappij van Weldadigheid ca. 1.300 ha grond en 60 panden in bezit, waaronder 32 Rijks-, 4 Provinciale en 3 Gemeentelijke monumenten. Het ideaal van Johannes van den Bosch leeft nog steeds voort in de gebouwen van de Maatschappij van Weldadigheid. Ook in immateriële vorm, in verhalen en in vele boeken. We kunnen spreken over erfgoed met een uniek karakter. Een zeldzame verbinding tussen mensen, landschap en Europese Verlichting.

Op dit moment is de Maatschappij van Weldadigheid bezig om een nieuwe betekenis te geven aan het gedachtengoed van Johannes van den Bosch. Dit door in de vrije Koloniën Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord met haar cultureel erfgoed, de plek te laten zijn waar mensen nieuwe kansen worden geboden. Een plek die dient als de proeftuin van Weldadigheid voor nieuwe perspectieven op het gebied van de sociale zekerheid van nu in combinatie met gezond leven.

Voorgedragen bij UNESCO

De koloniën Frederiksoord, Willemsoord, Wilhelminaoord, Boschoord, Veenhuizen, Ommerschans, Wortel en Merkplas zijn bij UNESCO in Parijs voorgedragen voor Wereld erfgoed. Een transnationale, seriële voordracht. In 2018 neemt UNESCO hierover een besluit.

Het ideaal van Johannes van den Bosch leeft nog steeds voort in de gebouwen van de Maatschappij van Weldadigheid. Ook in immateriële vorm, in verhalen en in vele boeken. We kunnen spreken over erfgoed met een uniek karakter. Een zeldzame verbinding tussen mensen, landschap en Europese Verlichting.